Tussen entertainment en eudaimonia
- Art of Hearing | Dyon Scheijen

- 24 jan
- 4 minuten om te lezen

Ik kreeg laatst de tip om een versie van AI te gebruiken die sarcastischer en humoristischer reageert. Een soort “Monday-modus”. Leuk misschien, maar ik merkte dat het mij eigenlijk niet aantrekt. Ik gebruik dit soort technologie liever droog, serieus, als denkinstrument.
En dat zegt misschien iets groters.
We lijken als samenleving steeds meer te sturen op entertainment en spel. Niet alleen in media, maar zelfs in politiek, wetenschap en publieke discussie. Alles moet licht, snel, aantrekkelijk, hapklaar. Alsof complexiteit verdacht is geworden, en diepgang een risico vormt voor aandacht.
Maar precies daar wringt het.
De wereld is geen spel.
De aarde is een klein bolletje in een immens, misschien zelfs oneindig heelal. We worden omringd door (natuur)krachten die we nauwelijks begrijpen en al helemaal niet beheersen. Tegelijk zijn we als mensheid in staat om onze eigen leefomgeving fundamenteel te ontwrichten - ecologisch, technologisch, geopolitiek.
Dat vraagt geen amusement, maar volwassenheid.
We hebben een enorme uitdaging om vroegtijdig samen naar oplossingen te zoeken, terwijl we tegelijkertijd de menselijke problemen niet kunnen negeren: oorlog, macht, onderdrukking, ongelijkheid, criminaliteit. Technologische vraagstukken en menselijke vraagstukken lopen parallel. Je kunt ze niet los van elkaar oplossen.
Klimaat is geen puur technisch probleem.
AI is geen softwareprobleem.
Oorlog is geen militair probleem.
Het zijn systeemproblemen: gedrag, macht, economie, psychologie, identiteit.
En misschien is dat wel de kernvraag van deze tijd:
Zijn wij als soort al volwassen genoeg voor de technologie die we hebben?
Onze middelen groeien exponentieel.
Onze wijsheid veel langzamer.
Daar ontstaat frictie. En precies in die frictie ontstaan de crises van deze eeuw.
De cultuur van het “spel”
Neem iets ogenschijnlijk onschuldigs: de populariteit van “roasts”. Het is leuk, ironisch, vermakelijk. We lachen met elkaar terwijl iemand publiekelijk wordt gefileerd. Slimme grappen, scherpe observaties, veel applaus.
Althans, zo noemen we het.
Maar onder de oppervlakte zit een heel duidelijke boodschap:
het is leuk om iemand te reduceren.
het is vermakelijk om status te winnen door een ander te vernederen.
hoe scherper, hoe beter. hoe pijnlijker, hoe grappiger.
Dat is geen humorcultuur, dat is machtscultuur in vermomming.
We noemen het spel, maar het is wel degelijk training van gedrag. We oefenen collectief in:
competitie boven samenwerking
scherpte boven empathie
winnen boven begrijpen
En dat sijpelt door. In politieke debatten die draaien op oneliners. In talkshows waar conflict belangrijker is dan inhoud. In sociale media waar verontwaardiging beter scoort dan nuance. Zelfs in wetenschap, waar zichtbaarheid soms belangrijker dreigt te worden dan waarheid.
Wat we entertainment noemen, is in feite sociale conditionering. We leren elkaar - subtiel maar constant - dat menselijk contact iets is wat je kunt scoren, exploiteren, domineren.
Terwijl de volwassen vorm van “spel” juist het tegenovergestelde zou zijn:
denken als gezamenlijke oefening,
dialoog als co-creatie,
verschil als bron van inzicht, niet als munitie.
In die zin zijn roasts, sarcasme-cultuur, canceling en outrage geen losse fenomenen, maar symptomen van één systeem:
een beschaving die technisch extreem ontwikkeld is, maar emotioneel en moreel nog steeds op een puberaal niveau functioneert.
De economie van het spektakel
Misschien is sport wel het meest zichtbare voorbeeld van hoe wij als beschaving onze middelen inzetten. Voetbal, Formule 1, grote sportevenementen: miljarden aan geld, enorme logistieke systemen, high-end technologie, data-analyse, medische kennis, psychologische begeleiding, marketingmachines.
Een concentratie van menselijk talent waar menig wetenschappelijk of maatschappelijk project alleen maar van kan dromen.
En waarvoor?
Voor vermaak. Voor spanning. Voor identiteit. Voor “wij tegen zij”.
Op zichzelf is sport niet het probleem. Beweging, spel, competitie en fysieke expressie zijn diep menselijk. Maar de schaal waarop het nu gebeurt, roept een ongemakkelijke vraag op:
wat is de opportunity cost van dit alles?
Hoeveel kennis, energie en creativiteit wordt hier permanent vastgezet in systemen die fundamenteel niets oplossen?
Hoeveel ingenieurs optimaliseren aerodynamica voor auto’s die rondjes rijden, terwijl klimaatmodellen, energienetwerken en voedselsystemen schreeuwen om dezelfde expertise?
En misschien nog confronterender:
wat blijft er achter?
Stadions die nauwelijks worden gebruikt.
Infrastructuur die na grote toernooien vervalt.
Gigantische ecologische voetafdrukken.
Materieel, reizen, uitstoot, afval, allemaal voor momenten van collectieve opwinding die binnen dagen weer zijn opgelost in de volgende hype.
Het patroon is steeds hetzelfde:
intensieve mobilisatie van middelen → kortstondige emotie → structurele leegte.
Het is moeilijk om daar niet iets symbolisch in te zien:
een beschaving die in staat is tot extreem complexe organisatie, maar die capaciteit vooral inzet om zichzelf te vermaken, terwijl de werkelijk existentiële vraagstukken blijven liggen.
Misschien is dat de diepere spanning van onze tijd:
we hebben het vermogen om als soort samen te werken op planetair niveau,
maar we oefenen die samenwerking vooral in entertainment-systemen, niet in overlevingssystemen.
Eudaimonia
Wat mij interesseert en waar ik AI juist wél voor wil gebruiken, is niet entertainment, maar eudaimonia. Een oud Grieks begrip dat niet “geluk” betekent in de oppervlakkige zin, maar menselijk floreren door zingeving, inzicht en verantwoordelijkheid.
Niet ontsnappen aan de realiteit,
maar haar beter begrijpen.
Niet prikkels consumeren,
maar denken verdiepen.
Misschien is dat de enige vorm van “win-win” die echt toekomst heeft:
dat denken zelf weer iets wordt wat voldoening geeft.
Niet als spelletje, maar als gezamenlijke zoektocht naar hoe we op dit kleine bolletje, in dit enorme universum, überhaupt duurzaam mens kunnen zijn.
We spelen spelletjes op een planeet die eigenlijk vraagt om samenwerking op soortniveau.
Dat is geen ironie meer.
Dat is de centrale uitdaging van onze beschaving.
Dit is geen “blog” in de marketingzin.
Dit is een publieke reflectie.
En misschien is dát wel precies wat eudaimonia vandaag betekent:
niet meer vermaakt worden door de wereld,
maar leren haar eindelijk serieus te nemen.




.png)
Opmerkingen