Een spiegel voor de geest
- Art of Hearing | Dyon Scheijen

- 23 jan
- 4 minuten om te lezen

Over volwassen worden in een wereld van titels
Er komt een moment in je professionele leven waarop de vragen veranderen.
Niet langer:
Hoe ver kan ik komen?
Welke titel kan ik halen?
Welke positie past bij mijn cv?
Maar eerder:
Waar doe ik dit eigenlijk nog voor?
Wat betekent mijn werk, los van systemen en erkenning?
Wie ben ik als professional, wanneer niemand meer meet of beoordeelt?
Ik ben inmiddels 55. Ik werk al decennia in de audiologie, als klinisch fysicus, als expert op het gebied van tinnitus, laagfrequent geluid en de psychologie van het horen. Ik heb talloze patiënten gezien, begeleid, horen worstelen, groeien, vastlopen, loslaten. Ik heb programma’s helpen opbouwen, samenwerkingen vormgegeven, kennis gedeeld, soms pionierend, vaak zoekend.
En toch merk ik dat ik me de laatste jaren steeds vaker afvraag:
wat weegt zwaarder in ons vak, de titel of de mens?
Het academische systeem als spiegel
We leven in een wereld waarin academische titels, publicaties en impactfactoren steeds belangrijker zijn geworden. Waar ‘dr.’ en ‘prof.’ fungeren als toegangsbewijs tot zichtbaarheid, media, subsidies en autoriteit.
Ik begrijp dat systeem. Ik heb er middenin gewerkt. Het heeft waarde. Wetenschap is essentieel. Onderzoek is noodzakelijk. Structuur en kwaliteitsbewaking zijn belangrijk.
Maar ik zie ook iets anders.
Ik zie jonge onderzoekers onder enorme druk.
Ik zie professionals die excellent publiceren, maar nauwelijks nog patiënten zien.
Ik zie hoe empathie, aanwezigheid en klinische wijsheid nauwelijks meetellen in cv’s, beoordelingscommissies en subsidieaanvragen.
Alsof zorg, menselijkheid en relationele intelligentie niet of nauwelijks “output” zijn.
Een volwassen professional
Wat ik zelf voel, is geen boosheid. Het is eerder een vorm van vermoeidheid. En misschien zelfs rouw.
Rouw om het verlies van gesprekken die vroeger vanzelfsprekend waren. Met mijn ouders, met mentoren, met mensen die niet vroegen naar mijn positie, maar naar mijn binnenwereld. Die fungeerden als wat ik nu een spiegel voor de geest zou noemen: niet om mij te beoordelen, maar om mij te helpen mezelf te herkennen.
Nu mijn ouders ouder worden, en langzaam verdwijnen uit die rol, merk ik hoe belangrijk dat soort spiegels zijn. Niet alleen privé, maar ook professioneel.
We hebben in ons werk geen behoefte aan nóg meer beoordelingen, rankings of titels. We hebben behoefte aan heldere spiegels. Aan collega’s die niet zeggen wat je moet worden, maar die helpen zien wie je al bent.
Empathie als professionele kernkwaliteit
Ik ken gelukkig uitzonderingen. Hoogleraren die voor mij lichtende voorbeelden zijn gebleven.
Prof. dr. Robert Stokroos en prof. dr. Herman Kingma, beiden vanuit mijn tijd in het MUMC.
Niet omdat zij hoogleraar zijn.
Maar omdat zij mens zijn gebleven binnen hun rol.
Omdat ze luisteren. Twijfelen. Reflecteren. Ruimte laten. Niet alleen kennis overdragen, maar ook aanwezigheid. Niet alleen sturen, maar ook dragen.
Zij belichamen voor mij iets wat nauwelijks in functiebeschrijvingen staat, maar wat in de zorg essentieel is: empathisch leiderschap.
Wat verliezen we onderweg?
Ik vraag me soms af wat we onderweg verliezen als we professionals blijven opleiden in systemen waarin:
meetbaarheid belangrijker is dan betekenis
zichtbaarheid belangrijker is dan nabijheid
publicaties belangrijker zijn dan patiënten
titels belangrijker zijn dan wijsheid
Misschien worden we dan wel steeds slimmer, maar niet per se wijzer.
Steeds efficiënter, maar niet per se menselijker.
En misschien is dat precies waarom zoveel zorgprofessionals zich uitgeput voelen. Niet alleen door werkdruk, maar door morele frictie: het gevoel dat wat ertoe doet, niet meer is wat telt.
Een andere vorm van autoriteit
Ik merk dat ik zelf steeds minder behoefte heb aan formele erkenning. Niet omdat die onbelangrijk is, maar omdat ze mij niet meer definieert.
Mijn autoriteit ligt niet meer in een titel, maar in ervaring.
Niet in een positie, maar in aanwezigheid.
Niet in wat ik weet, maar in wat ik durf te voelen, delen en laten ontstaan.
Misschien is dat wat volwassen professionaliteit uiteindelijk is:
niet hoger komen, maar dieper landen.
Niet steeds iets nieuws worden,
maar steeds eerlijker verschijnen in wat er al is.
En het gaat niet alleen over experts
Wat ik hierboven beschrijf, geldt natuurlijk niet alleen voor hoogleraren, onderzoekers of professionals met titels.
Het geldt net zo goed voor een collega die elke ochtend als eerste het licht aandoet.
Die alles schoonmaakt. Alles. Altijd.
Die onze mokken persoonlijk afwast en weer terugzet alsof het zo vanzelfsprekend is.
Ik had onlangs een gesprek met haar. Ze vertelde dat ze tegen haar huisarts had gezegd dat ze zich op haar werkplek echt gezien voelt. Dat ze daar zichzelf kan zijn. Dat ze daar mag bestaan zoals ze is.
En ineens besefte ik: dit is precies waar het hier over gaat.
Niet over status.
Niet over functie.
Niet over positie.
Maar over gezien worden in wie je bent.
Over het gevoel dat je ertoe doet.
Dat je aanwezigheid betekenis heeft, los van wat er op je visitekaartje staat.
Misschien is dat wel de meest fundamentele vorm van gezondheid.
Dat je ergens mag bestaan zonder te hoeven presteren.
Dat je jezelf mag laten zien zonder je te hoeven bewijzen.
En misschien is dat uiteindelijk waar zorg, onderwijs, wetenschap en werk in de kern over zouden moeten gaan:
niet over wie het verst komt,
maar over wie zichzelf mag blijven.
Waarom dit in de zorg zo essentieel is
Misschien is dit juist in de zorg extra belangrijk. Omdat zorg in de kern niet gaat over oplossingen, maar over nabijheid. Over aanwezig durven zijn bij onzekerheid, pijn, verlies en angst, zonder die meteen te willen repareren.
Patiënten komen zelden alleen met een klacht. Ze komen met een verhaal. Met twijfel. Met een lichaam dat niet meer meewerkt. Met een leven dat wankelt.
En wat zij vaak het meest nodig hebben, is niet de perfecte interventie, maar iemand die werkelijk kijkt. Die niet alleen meet, classificeert en diagnosticeert, maar ziet wie er tegenover je zit.
Iemand die fungeert als spiegel voor de geest.
Niet om te zeggen wat er moet veranderen,
maar om te laten voelen: je bent hier, je mag er zijn, je hoeft dit niet alleen te dragen.
Misschien is dat wel de meest onderschatte vorm van professionele deskundigheid in de zorg:
niet weten wat je moet doen,
maar weten hoe je aanwezig blijft.
Een spiegel voor de geest
En soms, heel soms, is het enige wat we echt nodig hebben in ons werk:
geen nieuwe methode, geen nieuw model, geen nieuwe publicatie,
maar een spiegel voor de geest.
Iemand die even met ons meekijkt.
Die onze gedachten niet corrigeert,
maar weerspiegelt.
Zodat we onszelf weer herkennen.
Niet wie we moeten worden,
maar wie we al zijn.
(Titel geïnspireerd door één van mijn vele gesprekken met Frans Kemps.)




.png)
Opmerkingen