Wanneer stilte niet meer neutraal is
- Art of Hearing | Dyon Scheijen

- 1 dag geleden
- 2 minuten om te lezen

Ik hoef niet te winnen.
Dit gaat niet over mij.
Ik ben 55. Waarschijnlijk heb ik de langste tijd van mijn leven al achter me. Wat mij steeds vaker bezighoudt, is niet mijn eigen positie, maar wat en wie we achterlaten. De zoon en dochter van mijn vrouw. Neefjes en nichtjes. Maar eigenlijk: ons allemaal, als mensen.
De afgelopen dagen deelde ik een statement van de Nobel Foundation. Geen mening van mij, geen pamflet, geen politieke provocatie. Een heldere herbevestiging van Alfred Nobels wil: de Nobelprijzen zijn bedoeld voor wie het grootste voordeel voor de mensheid heeft betekend. En: een prijs kan niet worden doorgegeven, ook niet symbolisch.
Ik was oprecht opgelucht dat dit statement er kwam.
Gelukkig. Dacht ik.
Er is nog een moreel kompas.
Maar wat me raakte, was niet de inhoud van de reacties. Het was de stilte.
Het gaat mij niet om Trump
Laat me dat meteen helder zeggen. Dit gaat niet alleen over Donald Trump. Hij is geen uitzondering, hij is een symptoom. Het bredere patroon is wat mij zorgen baart.
Wanneer wetenschap, bewijs, humanitair recht en historische kennis consequent worden weggezet, verdraaid of ingezet als machtsinstrument, raakt dat alles. Gezondheidszorg. Technologie. Onderwijs. Vrede. Mensenrechten. Die domeinen bestaan niet los van elkaar.
Wat mij misschien nog het meest verontrust, is niet wat politieke leiders doen, maar wat er omheen gebeurt. Of beter gezegd: wat er nĆet gebeurt.
De stilte van professionals.
Van wetenschappers, clinici, ingenieurs, academici, collegaās.
Mensen die weten hoe bewijs werkt.
Die geschiedenis kennen.
En die toch publiek zwijgen.
Hoeveel bewijs is er nog nodig?
Op een gegeven moment dringt zich een ongemakkelijke vraag op:
Hoeveel wetenschappelijk bewijs is er nog nodig voordat we spreken?
Hoeveel signalen voordat neutraliteit geen neutraliteit meer is, maar medeplichtigheid?
Dagelijks zijn we getuige van gebeurtenissen die niet zo lang geleden ondenkbaar waren. GazaĀ verdwijnt langzaam uit het publieke gesprek. Expansionistische taal, landjepik-retoriek, ontmenselijking van groepen, vergelijkingen met de jaren ā30, het zijn geen randgeluiden meer. Ze worden openlijk uitgesproken, zelfs door gekozen bestuurders.
Dit is geen links-rechts-discussie.
Geen aanval op ƩƩn land.
Dit gaat over morele oriƫntatie.
De verleiding van wegkijken
Ik begrijp de verleiding maar al te goed. Ik kan mijn schouders ophalen. Mijn eigen leven leiden. Me niet meer mengen. Mezelf beschermen tegen morele vermoeidheid.
En eerlijk: dat zou comfortabeler zijn.
Maar ik geloof steeds minder dat het ethisch verdedigbaar is.
Wetenschap bestaat niet buiten de samenleving. En wanneer de samenleving afdrijft, is stilte van mensen die begrijpen hoe kennis, bewijs en nuance werken, niet neutraal.
Geen schreeuw, wel een lijn
Ik schreef en deelde niet om te overtuigen.
Niet om likes.
Niet om gelijk te krijgen.
Ik sprak omdat zwijgen voor mij niet meer lukte.
Misschien worden deze woorden nauwelijks gedeeld. Misschien blijft het stil. Maar ook stilte zegt iets, alleen niet altijd het juiste.
Ik verwacht niet dat iedereen zijn stem verheft. Maar ik hoop dat we ons tenminste blijven afvragen waar onze professionele verantwoordelijkheid ophoudt en onze morele verantwoordelijkheid begint.
Want uiteindelijk zullen niet alleen onze woorden worden herinnerd.
Ook onze stilte.
In tijden waarin woorden worden verdraaid en stilte steeds normaler lijkt, blijft ƩƩn gedachte overeind.
Only the light can silence the darkness.




.png)
Opmerkingen