top of page

Werkgeluk begint waar we elkaar niet laten vallen

Foto van schrijver: Art of Hearing | Dyon Scheijen
Art of Hearing | Dyon Scheijen
26 sep
7 minuten om te lezen



Afgelopen week was het de Week van het #Werkgeluk. Een mooi moment om stil te staan bij plezier, talent, betekenis en verbondenheid op het werk.


Maar misschien wordt pas werkelijk zichtbaar wat werkgeluk betekent wanneer iemand tijdelijk niet meer kan werken?


Dan gaat het niet over een fruitmand, een complimentenkaart of één vrolijke bijeenkomst per jaar. Dan gaat het over collega’s die laten weten dat ze aan je denken. Over een leidinggevende die niet meteen vraagt wanneer je terugkomt, maar eerst wil weten hoe het met je gaat. Over een organisatie die begrijpt dat een pas op de plaats soms nodig is om later duurzaam verder te kunnen.





Op mijn tafel staat een kleurrijk boeket van het team van Amplitia met een eenvoudig kaartje: “We denken aan je.”


Van mijn collega Daphne (psycholoog bij Adelante) kreeg ik een klein gehaakt poppetje dat een bordje vasthoudt:


“Sometimes life can be tough. But always remember, so are you.”



Ook bij Adelante, mijn werkgever, ervaar ik dat ik de tijd en ruimte krijg om te herstellen. Mijn leidinggevende, het management en de directie begrijpen dat ik nu een pas op de plaats moet maken.


Daar ben ik dankbaar voor.


Dat betekent niet dat alle vragen over mijn werk en mijn toekomst al beantwoord zijn. Die gesprekken zullen later nog komen. Maar juist nu helpt het dat ik niet onmiddellijk alle antwoorden hoef te hebben en dat herstel voorop mag staan.


Ook dat is werkgeluk: weten dat je werkgever je niet alleen waardeert om wat je produceert, maar ook ruimte maakt voor de mens achter het werk.


Daarnaast ontvang ik van veel collega’s ontzettend mooie en betrokken berichten. Soms zijn het maar een paar woorden, soms ontstaat er een langer en open gesprek.


Mensen delen hun steun, maar vertellen ook over hun eigen ervaringen met vastlopen, herstel en opnieuw richting zoeken.


Die berichten doen waarschijnlijk meer dan de afzenders zelf beseffen. Ze herinneren mij eraan dat ik niet alleen ben en dat verbondenheid niet ophoudt zodra iemand tijdelijk niet op de werkvloer aanwezig is.


Al die steun lost de uitputting, onrust en onzekerheid niet op. Maar ze laat wel voelen: je bent niet vergeten.


Dát kan iemand op de been houden.


Ik dacht dat ik veel wist over vastlopen, verlies en het leven met klachten. Als klinisch fysicus-audioloog en ACT-trainer ontmoet ik mensen bij wie het leven door tinnitus, hyperacusis of andere klachten volledig op zijn kop is gezet. Ik kan hun verhalen vaak goed aanvoelen. Misschien juist omdat ik zelf ook altijd iets heb moeten bevechten: sociale angst, faalangst, onzekerheid en dat innerlijke stemmetje dat vindt dat het altijd beter moet.


Maar weten hoe iets werkt, betekent niet dat je ertegen beschermd bent.


Nu ervaar ik zelf hoe het is wanneer je hoofd geen rust meer vindt en je lichaam voortdurend in alarm lijkt te staan. Wanneer slapen niet meer vanzelfsprekend is, eenvoudige beslissingen zwaar worden en allerlei onzekerheden zich tegelijkertijd aan je opdringen.


Aan de buitenkant is dat nauwelijks te zien. Ik kan schrijven, een gesprek voeren en soms iets ondernemen. Ik ben zelfs naar een belangrijk congres in Berlijn geweest. Dat dit op onderdelen lukte, betekent niet dat ik hersteld ben. Achter een zichtbaar moment kan een lange voorbereiding liggen en daarna een flinke terugslag.


Tegelijk mis ik mijn patiënten, collega’s en het werk dat mij betekenis geeft. Thuiszitten en niet kunnen doen wat bij mij past, kost óók energie. Misschien soms zelfs meer dan een spreekuur draaien. Maar dat gemis betekent nog niet dat mijn hoofd en lichaam alweer voldoende belastbaar zijn om terug te keren.


Dat is een moeilijke paradox: iets kan je energie geven en toch tijdelijk meer vragen dan je kunt dragen.


Sinds ik hier open over vertel, ontdek ik hoeveel mensen zelf al op zo’n punt zijn geweest. Mensen van mijn leeftijd, maar ook opvallend veel jonge mensen. Vaak zagen we aan de buitenkant niets. Ze werkten, studeerden, zorgden voor anderen en leken hun leven gewoon te leiden. Ondertussen probeerden ze vanbinnen overeind te blijven.


Zij vertellen hoe zwaar die periode was. Hoe zij zichzelf soms niet herkenden en hoe weinig nog vanzelf ging. Maar velen vertellen ook hoeveel zij later over zichzelf hebben geleerd: over hun grenzen, relaties, werk en over wat werkelijk belangrijk voor hen is.


Sommigen zeggen zelfs dat zij die periode, hoe zwaar ook, achteraf niet uit hun leven hadden willen missen.


Dat betekent niet dat een burn-out een cadeau is. Niemand hoeft dankbaar te zijn voor uitputting, paniek of het verlies van houvast. Wie er middenin zit, hoeft er nog geen levensles uit te halen. Ook dat kan een nieuwe opdracht worden: maak er iets moois van, kom er sterker uit en laat vooral zien wat je hebt geleerd.


Zo werkt herstel niet.


Maar hun verhalen laten wel zien dat deze ontregeling niet het einde van het verhaal hoeft te zijn. Een gedwongen stilstand kan later een kantelpunt blijken. Niet omdat de pijn noodzakelijk was, maar omdat vanuit die stilstand andere keuzes mogelijk werden.


Dat biedt hoop aan iedereen die nu bang is dat het nooit meer goed komt. Ook hoop voor mezelf.


Burn-out en overspanning zijn vaak nauwelijks zichtbaar. Iemand kan lachen, boodschappen doen, sporten, schrijven of op een goede dag iets ondernemen en toch ernstig ontregeld zijn. Dat iemand op één moment iets kan, betekent niet dat diegene hersteld is.


Juist die onzichtbaarheid maakt reacties als deze zo pijnlijk:


“Je moet stoppen met denken.”


“Kijk vooral naar wat er wél goed gaat.”


“Het leven bestaat nu eenmaal ook uit verlies.”


“Je zult het moeten accepteren.”


Meestal zijn deze woorden goed bedoeld. We willen iemand helpen en voelen ons machteloos wanneer we het probleem niet kunnen oplossen. Maar soms heeft een mens geen advies nodig. Soms is het belangrijkste dat iemand blijft zitten en zegt:


“Ik zie dat je het zwaar hebt.”


“Je hoeft het nu niet op te lossen.”


“Ik ben er.”


Een gebroken been zetten we in het gips. We begrijpen dat iemand niet onmiddellijk weer kan lopen. We vragen niet iedere ochtend waarom diegene nog niet heeft besloten positiever te denken. We weten dat bot tijd nodig heeft om te herstellen.


Maar hoeveel tijd geven we een overbelast zenuwstelsel? Een gebroken hart? Een mens die te lang meer heeft gedragen dan er nog aan reserves beschikbaar was?


Als ACT-trainer spreek ik vaak over acceptatie, waarden en leven met wat we niet volledig kunnen veranderen. Maar ACT maakt niemand onkwetsbaar. Acceptatie is geen knop waarmee pijn verdwijnt en ook geen opdracht die een ander ons kan geven.


Acceptatie kan beginnen bij erkennen wat er op dit moment is, zonder dat het onmiddellijk anders hoeft te worden. Daarna kan voorzichtig een andere vraag ontstaan:


Hoe kan ik mij verhouden tot wat mij overkomt op een manier die past bij mijn waarden?


Niet: hoe krijg ik dit zo snel mogelijk weg? Niet: hoe word ik weer precies degene die ik vóór mijn uitval was? Maar: wat is nu belangrijk? Wie wil ik in deze moeilijke periode zijn? Welke kleine stap is vandaag mogelijk?


Mijn eigen kernwaarden zijn delen, inspireren en menselijkheid. De mens werkelijk willen zien. Niet alleen de professional, patiënt, collega of diagnose, maar de mens daarachter.


Die waarden verbinden voor mij de audiologie, ACT, wetenschap en kunst. Van buitenaf lijken dat verschillende werelden. Voor mij komen ze voort uit dezelfde bron. Where Art Meets Science en The Art of Hearing zijn daaruit geboren.


Die verbinding heeft jaren van hard werken gevraagd, maar ze geeft mij ook energie, betekenis en richting. Daarom is de conclusie niet eenvoudigweg dat alles wat veel tijd kost moet verdwijnen. Betekenisvol werk kan ons voeden en tegelijkertijd te veel van onze beschikbare draagkracht vragen.


Herstel betekent daarom niet noodzakelijk dat iemand minder zichzelf moet worden. Het kan betekenen dat opnieuw gezocht moet worden naar een vorm die wél houdbaar is. Met duidelijkere grenzen, meer samenwerking, andere keuzes en voldoende open ruimte.


Zoals ook in een schilderij niet ieder deel van het doek gevuld hoeft te worden. Juist de open ruimte zorgt ervoor dat het geheel kan ademen.


Die zoektocht geldt niet alleen voor degene die is uitgevallen. Ook werkgevers, teams en leidinggevenden hebben daarin een verantwoordelijkheid. Het doel kan niet uitsluitend zijn:


“Hoe krijgen we deze medewerker zo snel mogelijk terug?”


Andere vragen zijn minstens zo belangrijk:


“Wat is er met jou gebeurd?”


“Wat hebben wij niet gezien?”


“Wat geeft jou energie en betekenis?”


“Wat heb jij nodig om duurzaam terug te keren?”


“En wat kunnen wij anders organiseren om herhaling te voorkomen?”


Op een internationaal tinnituscongres in Berlijn stond op mijn eerste dia:


Gehoord worden.

Een luisterend oor ervaren.

Het gevoel hebben dat je erbij hoort.


Dat is niet alleen de basis van goede zorg. Het is ook de basis van werkgeluk en misschien zelfs van ons mens-zijn.


Er wordt vaak een verhaal verteld, toegeschreven aan antropoloog Margaret Mead, over een genezen dijbeen als eerste teken van beschaving. Iemand met een gebroken dijbeen had zonder hulp nauwelijks kunnen overleven. Dat het bot kon genezen, zou betekenen dat een ander was gebleven, voedsel bracht, bescherming bood en tijd gaf voor herstel.


Of Margaret Mead dit werkelijk zo heeft gezegd, is onzeker. Maar de metafoor blijft betekenisvol.


Beschaving begint waar we een gewonde mens niet achterlaten. Waar we niet vragen waarom diegene nog niet loopt. Waar we niet zeggen dat diegene vooral moet kijken naar het been dat niet gebroken is. Waar we begrijpen dat herstel niet kan worden afgedwongen, maar wel samen kan worden gedragen.


Aan iedereen die zelf midden in zo’n periode zit: je bent niet de enige. Je hoeft vandaag nog niet te weten wat je hiervan zult leren. Je hoeft niet te bewijzen dat je ziek genoeg bent en je hoeft nog geen nieuwe toekomst uit te tekenen. Herstel mag klein beginnen.


Aan collega’s, vrienden en leidinggevenden: onderschat nooit wat een eenvoudig bericht, een bloemetje, een telefoontje of oprechte belangstelling kan betekenen. Je hoeft het niet op te lossen. Laat vooral merken dat je blijft.


En aan iedereen die snel oordeelt omdat die deze ontregeling zelf niet kent: stel je oordeel even uit.


Vraag. Luister. Probeer je voor te stellen dat een werkelijkheid kan bestaan, ook wanneer jij haar niet uit eigen ervaring kent.


Woorden. geschreven of gesproken, doen ertoe.


Ze kunnen snijden, maar ze kunnen iemand ook het gevoel geven gezien, gehoord en gedragen te worden.


Misschien is dát waar de Week van het Werkgeluk werkelijk over zou moeten gaan.


Niet alleen gelukkig zijn wanneer alles goed gaat, maar ervaren dat we elkaar niet laten vallen wanneer het leven moeilijk wordt.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page