Als oorlog blijft doorklinken - De wereld komt op mijn spreekuur voorbij
- Art of Hearing | Dyon Scheijen

- 6 jul
- 5 minuten om te lezen

Vanavond zag ik op Nieuwsuur een item over het toenemende geweld van kolonisten tegen Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever.
Volgens VN-organisatie OCHA zijn er sinds januari van dit jaar al meer dan duizend aanvallen waargenomen. Gemiddeld zes per dag.
Zes per dag.
En terwijl ik keek, voelde ik opnieuw diezelfde ongemakkelijke gedachte opkomen:
eindelijk wordt dit zichtbaar gemaakt.
En tegelijk:
waarom nu pas?
Want dit is niet nieuw.
Dit is niet gisteren begonnen.
Dit is al veel langer gaande.
Nieuwsuur-item:
Jaren geleden schreef ik al een blog met de titel De wereld verbeteren?
Ook toen noemde ik Israël en Palestina. Niet omdat ik mezelf zie als politiek commentator. Niet omdat ik denk dat ik de ingewikkeldheid van zo’n conflict in een paar zinnen kan oplossen. Maar omdat sommige dingen uiteindelijk niet meer beginnen bij politiek.
Ze beginnen bij menselijkheid.
Blog De wereld verbeteren?:
En daar wordt het ongemakkelijk.
Want hoe lang kun je blijven zeggen dat iets ingewikkeld is, terwijl mensen structureel hun veiligheid, hun land, hun huis, hun toekomst en hun waardigheid verliezen?
Hoe lang kun je neutraal blijven kijken naar geweld dat zich dag na dag herhaalt?
Hoe lang kun je wachten met richting kiezen, voordat de geschiedenis straks vraagt:
waar stond jij toen dit gebeurde?
Misschien raakt dit mij ook zo, omdat ik het niet alleen uit het nieuws hoor.
Ik hoor het van eerste hand.
De wereld komt op mijn spreekuur voorbij.
Niet als abstracte wereldkaart.
Niet als nieuwsitem.
Niet als debat aan een tafel.
Maar als mens.
Als vader.
Als zoon.
Als jonge man.
Als vrouw.
Als moeder.
Als gezin.
Als iemand die probeert opnieuw te beginnen, terwijl het verleden nog in het lichaam aanwezig is.
Als audioloog spreek ik regelmatig mensen die oorlog, geweld en ontheemding niet kennen als abstract begrip, maar als levensgeschiedenis.
Vluchtelingen.
Vaak jonge mannen.
Vaders.
Mannen met gezinnen.
Mensen die hun land moesten verlaten.
Mensen die hun veiligheid verloren.
Mensen die in Nederland opnieuw proberen te beginnen, terwijl hun lichaam nog lang niet klaar is met wat er is gebeurd.
Soms vertellen ze hun verhaal in woorden.
Soms hoor je het in de stilte ertussen.
Soms komt het binnen via tinnitus, gehoorverlies, overprikkeling, slaapproblemen, angst, concentratieverlies of dat voortdurende gevoel van op scherp staan.
Want oorlog stopt niet wanneer iemand de grens over is.
Oorlog reist mee.
In lichamen.
In oren.
In herinneringen.
In gezinnen.
In generaties.
Jaren geleden schreef ik het verhaal Toen was God heel gewoon. Over een Syrische vader en zijn zoon. Een vader met ernstig gehoorverlies en tinnitus. Een zoon die tolkte, maar tegelijk veel meer deed dan vertalen. Hij droeg verantwoordelijkheid. Hij droeg geschiedenis. Hij droeg de pijn van zijn familie mee, maar ook hoop.
Dat gesprek ben ik nooit vergeten.
Omdat daar, in die spreekkamer, alles samenkwam.
Gehoor.
Taal.
Oorlog.
Verlies.
Familie.
Geloof.
Hoop.
Menselijkheid.
Blog Toen was God heel gewoon:
En misschien is dat waarom de berichtgeving over Palestina mij zo raakt.
Omdat ik weet dat achter elk nieuwsbericht mensen zitten. Mensen die niet beginnen als dossier, als getal, als conflict of als ingewikkelde geopolitieke kwestie.
Maar als mens.
Een toekomst die onder druk staat.
En soms komen zulke verhalen later ergens anders terecht.
In Europa.
In Nederland.
In een wachtkamer.
In een spreekkamer.
In een lichaam dat niet meer tot rust komt.
In oren die geluid niet meer kunnen verdragen.
In tinnitus die blijft doorklinken wanneer alles stil lijkt.
Voor mij is horen daarom ook zo veel meer dan enkel de oren.
Horen is niet alleen meten wat iemand akoestisch waarneemt.
Horen is ook luisteren naar wat iemand heeft meegemaakt.
Naar wat iemand niet zomaar meer gezegd krijgt.
Naar wat blijft doorklinken in lichaam, zenuwstelsel, herinnering en stilte.
Daarom is goede journalistiek zo belangrijk.
Goede journalistiek maakt zichtbaar wat macht liever onzichtbaar houdt.
Goede journalistiek stelt vragen waar macht liever stilte heeft.
Goede journalistiek is een tegenpool wanneer macht wordt misbruikt.
Juist daarom doet het ertoe hoe informatie tot ons komt.
Welke woorden worden gekozen.
Welke context wordt gegeven.
Welke machtsverhoudingen worden benoemd.
Welke stemmen ruimte krijgen.
Welke mensen te lang ongehoord blijven.
Journalistiek moet onafhankelijk zijn.
Maar onafhankelijkheid mag nooit betekenen dat je blind wordt voor wat zich voor je ogen afspeelt.
Want wanneer journalistiek te lang voorzichtig blijft, wanneer woorden worden afgezwakt, wanneer structureel geweld vooral als incident wordt gebracht, dan ontstaat er iets gevaarlijks.
Dan lijkt neutraliteit zorgvuldig.
Maar soms wordt neutraliteit zonder context een vorm van blindheid.
En blindheid, wanneer mensen structureel worden ontmenselijkt, is nooit neutraal.
Nieuwsuur hoeft niet simpelweg partij te kiezen in de platte betekenis van voor de één en tegen de ander.
Maar journalistiek moet wél richting durven kiezen in wat menselijk is. In internationaal recht. In menselijke waardigheid. In het erkennen van machtsverschillen. In het zichtbaar maken van mensen die anders ongehoord blijven.
Want wie geen richting kiest wanneer mensen structureel worden ontmenselijkt, kiest uiteindelijk toch.
Dan kies je voor afstand.
Voor vertraging.
Voor voorzichtigheid.
Voor het comfort van niet hoeven voelen.
Maar menselijkheid vraagt soms iets anders.
Menselijkheid vraagt dat we durven zeggen:
dit is niet normaal.
Dit mag niet gewoon worden.
Dit mogen we niet pas erkennen als het straks onomkeerbaar blijkt.
En voor wie nu nog blind wil zijn voor wat er werkelijk gaande is, komt er misschien ooit een pijnlijke vraag:
Aan welke kant stond jij?
Niet: welk volk haatte jij?
Niet: welke kant wilde jij vernietigen?
Niet: welk kamp koos jij blind?
Maar:
stond jij aan de kant van menselijkheid?
Durfde jij te kijken?
Durfde jij te luisteren?
Durfde jij te erkennen dat geen enkel mens minder waard mag worden gemaakt?
Misschien begint wereldvrede niet bij grote woorden.
Misschien begint het kleiner.
Bij niet wegkijken.
Bij niet ontkennen.
Bij niet wachten tot de geschiedenis het oordeel voor ons velt.
Misschien begint het bij één eenvoudige keuze:
niet tegen mensen, maar vóór menselijkheid.
Wat kun je doen?
Misschien is dat wel de vraag die overblijft.
Wat kun jij doen, als het zo groot is?
Als het zo ver weg lijkt?
Als je de woorden soms niet meer vindt?
Misschien begint het kleiner dan we denken.
Deel.
Laat je stem horen.
Blijf informatie zichtbaar maken.
Like.
Steun.
Doneer, als je kunt.
Spreek je uit, ook als je woorden nog zoeken.
En vooral: sluit je ogen niet.
Wees eerlijk.
Wees reëel.
Durf even te voelen wat het met je zou doen als jij aan die andere kant zou zitten.
Als jij daar woonde.
Als jij je kind moest beschermen.
Als jij je huis, je grond, je veiligheid of je toekomst dreigde kwijt te raken.
Als jij afhankelijk was van de vraag of anderen nog bereid waren om te kijken.
Waar zou jij dan op hopen?
Waarschijnlijk niet op stilte.
Niet op nuance die vooral uitstel betekent.
Niet op mensen die zeggen dat het ingewikkeld is en daarna weer doorgaan met hun dag.
Je zou hopen dat iemand keek.
Dat iemand luisterde.
Dat iemand jouw menselijkheid bleef zien.
Dat iemand, ergens, zijn stem gebruikte toen jij dat zelf niet meer kon.
Misschien kunnen we de wereld niet zomaar verbeteren.
Maar we kunnen wel weigeren om weg te kijken.
En soms begint menselijkheid precies daar.
Gezien en gehoord worden.



Opmerkingen