top of page

We bouwen huizen voor onze ogen. Maar vergeten onze oren.

Foto van schrijver: Art of Hearing | Dyon Scheijen
Art of Hearing | Dyon Scheijen
4 dagen geleden
7 minuten om te lezen




Stel je een zaterdagavond voor. Een prachtige woonkamer met een grote open keuken. Hoge plafonds, een mooie houten of stenen vloer, veel glas, strak gestucte muren. Zo’n huis waar je binnenkomt en denkt: wat een ruimte. Aan tafel zitten zes vrienden. Allemaal ergens rond de vijftig, misschien wat ouder. Er wordt gekookt, een fles gaat open, iemand zet muziek aan. De geur van het eten, fijne mensen om je heen, verhalen die al bij de voordeur beginnen. Precies zo’n avond waarvan je hoopt dat hij nog lang duurt.


In het begin is er niets aan de hand. Iedereen praat, lacht, luistert. Maar terwijl de avond vordert, gebeurt er ongemerkt iets. Er staan meer glazen en borden op tafel, de afzuigkap gaat aan, iemand roert in een pan, de muziek speelt nog steeds en er ontstaan verschillende gesprekken tegelijk. Iemand aan de ene kant van de tafel begint iets harder te praten om verstaanbaar te blijven. De ander doet hetzelfde. Zonder dat iemand het merkt, gaat het geluidsniveau omhoog.


En dan komt de akoestiek de kamer binnen.


Niet zichtbaar. Geen apparaat dat begint te piepen. Geen lampje dat waarschuwt. De ruimte ziet er nog steeds precies zo mooi uit als een uur geleden. Maar geluid kaatst tussen vloer, ramen, plafond en wanden. Stemmen mengen zich met elkaar. Medeklinkers verdwijnen. Een woord valt weg. Een zin wordt half verstaan.


Voor veel mensen van vijftig, zestig of zeventig is dat het moment waarop horen ineens werk wordt.


Misschien hoor je thuis in stilte nog prima. Misschien heb je helemaal niet het idee dat je slechter bent gaan horen. Maar ons gehoor verandert gedurende ons leven. Vooral de hogere tonen worden gemiddeld kwetsbaarder, en juist in dat gebied zit veel informatie waarmee we spraak van elkaar onderscheiden. Doe voor de aardigheid eens een eenvoudige hoge-tonentest samen met iemand die twintig of dertig jaar jonger is. Grote kans dat die ander nog iets hoort terwijl jij allang denkt dat er geen toon meer klinkt. Zo’n test is natuurlijk geen audiologisch onderzoek en vertelt niet letterlijk de leeftijd van je gehoor. Maar hij maakt wel iets voelbaar: we horen niet ons hele leven hetzelfde.


En juist in rumoer komt dat genadeloos aan het licht.


Daar zit dan iemand aan tafel die nog wel hoort dát er gesproken wordt, maar steeds minder goed kan volgen wát er gezegd wordt. Een paar woorden komen binnen, de rest moet worden ingevuld. De hersenen proberen van losse brokstukken chocola te maken. Terwijl de rest alweer bij de volgende grap is, is hij nog bezig de vorige zin te reconstrueren. Soms lach je maar mee omdat iedereen lacht. Soms knik je ja terwijl je eigenlijk niet precies weet waarop. En soms houd je uiteindelijk gewoon je mond.


Niet omdat je niets te vertellen hebt.


Maar omdat luisteren te veel energie is gaan kosten.


Aan het einde van zo’n prachtige gezellige avond zegt iedereen: “Wat was het fijn.” En dat wás het ook. Maar één van de gasten rijdt naar huis met een hoofd dat volledig op is.


Als klinisch fysicus-audioloog zie ik dit al meer dan vijfentwintig jaar. Mensen zeggen op mijn spreekuur: “In een rustig gesprek gaat het eigenlijk prima, maar zet me in een restaurant en ik ben verloren.” Of: “Met mijn partner kan ik goed praten, maar zodra de kinderen en kleinkinderen er zijn, trek ik me terug.” We denken bij horen vaak als eerste aan de oren. Aan een audiogram. Aan gehoorverlies. Maar horen ontstaat altijd in een samenspel tussen mens en omgeving.


En precies daar zijn we iets merkwaardigs gaan doen met onze huizen.


We hebben muren weggehaald. De keuken en woonkamer samengevoegd. We houden van grote open ruimtes, hoge plafonds, beton, natuursteen, glas, design, strakke wanden. We bouwen prachtige huizen voor onze ogen. Maar soms vergeten we onze oren.


In Frankrijk wordt akoestiek in restaurants inmiddels zelfs zo serieus genomen dat er een aparte norm voor akoestische kwaliteit is ontwikkeld. Dat vind ik interessant. Want restaurants zijn natuurlijk plaatsen waar mensen komen om te eten, maar vooral ook om samen te zijn. Om verhalen te vertellen. Om elkaar te ontmoeten.


Maar waarom zouden we thuis minder aandacht besteden aan precies hetzelfde?


Een grote woonkeuken kan akoestisch haast een kleine horecazaal worden. En daar komen nu twee werelden uit mijn eigen leven bij elkaar waarvan ik lange tijd zelf dacht dat ze volledig los van elkaar stonden.


Wetenschap en kunst.


Of misschien beter: horen en gezien worden.


De afgelopen periode ben ik zelf ziek thuis. Dat verandert je perspectief. Dingen die normaal vanzelfsprekend zijn, worden ineens belangrijker. Een wandeling. Een boek. Even bewegen. Iemand die belt. Een vriend die niet meteen vertelt wat je moet doen, maar gewoon luistert. Familie. Mensen bij wie je niets hoeft op te houden.


Ik merk opnieuw hoe belangrijk een luisterend oor eigenlijk is. Gehoord worden is zoveel meer dan geluid dat het trommelvlies bereikt. Het betekent dat iemand even bij je blijft. Dat jouw verhaal er mag zijn. Dat iemand probeert te begrijpen wat er achter jouw woorden zit.


En wanneer het leven even niet loopt zoals je zou willen, heb je ankers nodig. Voor de een is dat wandelen. Voor een ander muziek maken, tuinieren of lezen. Voor mij is schilderen zo’n anker. Niet omdat er iets af moet, niet omdat er een deadline ligt en ook niet omdat ik aan het werk moet zijn. Juist niet. Maken helpt mij om even uit het denken te komen. Mijn handen doen iets, mijn hoofd krijgt ruimte en soms ontstaat er iets wat er daarvoor nog niet was.


Onlangs gebeurde precies dat. Tijdens een informeel gesprek met vrienden van mijn broer raakten we aan de praat over hun professionele muziekstudio in Maastricht en over een akoestisch vraagstuk waar ze tegenaan lopen. Er is geen opdracht en er zijn geen afspraken. Het was gewoon een gesprek. Maar wel zo’n gesprek waarin je ineens voelt dat er iets begint te ontstaan.


Ik luisterde naar hun verhaal. Naar wat die studio voor hen betekent. Naar muziek. Naar Maastricht. Naar hun passie. En langzaam verscheen er in mijn hoofd een beeld.


Maastricht. Niet als ansichtkaart. Niet als een strak getekende skyline. Maar bijna verdwijnend in mist. Licht. Water. Een horizon waarop gebouwen even zichtbaar worden en daarna weer oplossen.


Thuis pakte ik mijn schetsboek erbij. Niet omdat het moest, maar omdat ik voelde hoeveel plezier het me gaf om dat idee te tekenen. In mijn hoofd groeide het vanzelf uit tot iets groots: een monumentaal tweeluik, ongeveer twee meter hoog en bijna vier meter breed. Akoestisch absorberend, juist omdat in zo’n ruimte beeld en geluid samen mogen komen. Maar bovenal een kunstwerk.





Misschien blijft het bij een schets. Misschien krijgt het idee ooit de kans om werkelijkheid te worden. Dat weet ik niet.


Wat ik wel weet, is wat er gebeurde terwijl ik tekende. Ik voelde iets wat ik de afgelopen weken niet altijd voelde: enthousiasme. Nieuwsgierigheid. Zin om te maken.


Alleen dat al maakte mijn wereld op dat moment iets groter.


Dat is wat een anker kan doen.


En tijdens het tekenen kwam iemand anders weer heel dichtbij: Guy van Grinsven.


Guy is er niet meer, maar zijn fotografie is voor mij een enorme inspiratiebron geweest. Eén beeld in het bijzonder is altijd bij mij gebleven: zijn foto van Maastricht, gezien vanaf de Noorderbrug richting Sint Pieter. Een ochtend waarop de stad vrijwel volledig in de mist verdwijnt. Water en lucht lopen bijna in elkaar over. Sint Pieter is er, maar nauwelijks. Je moet kijken. En misschien is juist daardoor het gevoel zo sterk.


Jaren geleden inspireerde die foto mij al tot een schilderij.





Ook dat werk ontstond niet zomaar.


De opdrachtgevers woonden in een prachtig gerenoveerd herenhuis in hartje Maastricht. Hoge muren, grote ruimtes, een schitterend interieur. Hun dochter heeft een verminderd gehoor. Akoestiek was voor hen daarom geen luxe toevoeging en ook geen theoretisch probleem. Ze wisten uit het dagelijks leven wat een ruimte met communicatie kan doen.


Ik maakte voor hen een groot akoestisch kunstwerk.





Sint Pieter verdween daarin bijna volledig in zachte tinten, mist en abstractie. Maar toen we over dat beeld spraken, bleek dat kerkje helemaal niet zomaar een herkenbaar punt in Maastricht was. Het was een plek waar mensen waren getrouwd. Een plek waar afscheid was genomen van dierbaren. Een gebouw waarin verschillende momenten uit een mensenleven samenkwamen.


Plotseling ging het werk niet meer over kleur, formaat of akoestiek.


Het ging over een leven.


Later kochten deze mensen ook de oorspronkelijke foto van Guy. Ze hebben hem zelfs nog persoonlijk ontmoet en zijn met hem op de foto gegaan. Niet lang daarna was hij er niet meer.


Als ik daar nu aan terugdenk, realiseer ik me hoeveel lijnen daar samenkomen. Een fotograaf die op een mistige ochtend over Maastricht uitkijkt. Een gezin met een dochter die minder goed hoort. Een oud herenhuis waarin akoestiek ertoe doet. Een kerk waarin huwelijken en afscheid besloten liggen. Een schilderij dat uit al die verhalen ontstaat.


En nu, jaren later, zit ik opnieuw boven een schetsboek.


Opnieuw Maastricht.


Opnieuw mist.


Opnieuw akoestiek.


Maar nu voor een muziekstudio.


Misschien is dit uiteindelijk wat kunst voor mij betekent.


Niet iets maken dat mooi bij de bank past. Natuurlijk doen kleur, licht, architectuur en interieur ertoe. Een kunstwerk leeft immers in een ruimte. Maar echt interessante kunst gaat voor mij over iets anders. Over betekenis. Over de mogelijkheid dat iemand voor een beeld staat en daarin iets van zichzelf terugvindt.


Een herinnering. Een persoon. Een plaats. Hoop. Verlies. Liefde.


En die verhalen vertellen we vervolgens weer aan elkaar.


Aan een tafel met zes vrienden. In een keuken. In een woonkamer. In een muziekstudio. Tijdens een moeilijke periode. Soms met veel woorden en soms met nauwelijks één.


Maar daarvoor moeten we elkaar wel kunnen horen.


Daar is voor mij de cirkel rond.


Al meer dan vijfentwintig jaar probeer ik als klinisch fysicus-audioloog te begrijpen waarom horen bij de ene mens vanzelfsprekend lijkt en bij de andere zoveel inspanning kost. Als kunstenaar probeer ik iets totaal anders te doen: beelden maken die raken.


Ik begin steeds beter te begrijpen dat het misschien helemaal niet twee verschillende werelden zijn.


Beide gaan over waarnemen.


Over ruimte.


Over aandacht.


Over betekenis.


En uiteindelijk over verbinding tussen mensen.


Misschien moeten we onze huizen daarom niet alleen ontwerpen voor wat we zien. Misschien moeten we ons ook afvragen wat een ruimte doet met wat we horen. En misschien hoeft de oplossing daarvoor helemaal niet te bestaan uit technische panelen die we het liefst uit het zicht houden.


Misschien kan die oplossing juist het meest persoonlijke en bijzondere object in de ruimte worden.


Een kunstwerk.


Een werk dat een verhaal vertelt én de ruimte helpt om onze verhalen beter hoorbaar te maken.


Where Art Meets Science.


Want uiteindelijk blijft voor mij één overtuiging overeind:


Horen is zoveel meer dan enkel de oren.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page