top of page

Wat als je zelf in het derde paneel terechtkomt?

Foto van schrijver: Art of Hearing | Dyon Scheijen
Art of Hearing | Dyon Scheijen
3 dagen geleden
10 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 7 uur geleden


The Hearing Triptych - Art meets Science. Een drieluik waarin Physics, Brain en Human Experience samenkomen.
The Hearing Triptych - Art meets Science. Een drieluik waarin Physics, Brain en Human Experience samenkomen.

The Hearing Triptych - waar kunst, wetenschap en het leven elkaar ontmoeten


Soms kom je onverwacht aan de andere kant van de tafel terecht. Niet als professional, niet als degene die luistert, analyseert, uitlegt of probeert een ander iets mee te geven, maar gewoon als mens.


Ik werk inmiddels meer dan vijfentwintig jaar in de audiologie, vooral met mensen die tinnitus of een overgevoeligheid voor geluid ervaren. Daarnaast werk ik met Acceptance and Commitment Therapy, schrijf ik over psychologische flexibiliteit en geef ik trainingen en lezingen over angst, vermijding, acceptatie en betekenisvol leven. Het zijn onderwerpen waar ik niet alleen professioneel veel mee bezig ben geweest, maar waarvan ik ook dacht dat ik inmiddels redelijk goed begreep hoe ze werken.


Totdat mijn eigen systeem de afgelopen maanden steeds nadrukkelijker begon te zeggen dat het te veel was.


Er was niet één gebeurtenis die alles verklaarde. Juist dat maakte het aanvankelijk zo lastig te begrijpen. Op verschillende plekken in mijn leven begonnen tegelijkertijd dingen te verschuiven. Werk, familie, mijn ouders, mijn relatie, verantwoordelijkheden, kunst, verwachtingen over de toekomst en uiteindelijk ook mijn lichaam. Ik deed wat ik altijd doe wanneer iets ingewikkeld wordt: nadenken, structureren, vooruitkijken, problemen proberen te voorzien en oplossingen zoeken voordat een probleem werkelijk een probleem wordt.


Dat vermogen heeft mij professioneel veel gebracht. Ik zie vaak vrij snel de beren op de weg. Collega’s waarderen dat ook. Maar er zit een keerzijde aan een alarmsysteem dat uitstekend is geworden in signaleren en bijna vergeten is hoe het moet uitschakelen. Wanneer er vanuit steeds meer richtingen verkeer aankomt, helpt het op een gegeven moment niet meer om nóg beter te kijken.


Juist in die periode kwamen twee werelden onverwacht bij elkaar.


Ik had als kunstenaar de opdracht gekregen om een drieluik te maken: drie afzonderlijke doeken die samen één kunstwerk moesten vormen. Tegelijkertijd was ik bezig met de voorbereiding van mijn bijdrage aan TRI Berlin 2026, waar ik wilde laten zien hoe we naar tinnitus en geluidsovergevoeligheid kunnen kijken vanuit verschillende, maar met elkaar verbonden perspectieven.


Ergens tussen het schilderen en het nadenken over mijn vakgebied ontstond ineens een verbinding.


Drie doeken.


Drie perspectieven.


Op een vel papier tekende ik drie eenvoudige rechthoeken. Boven het eerste schreef ik: Geluid. Boven het tweede: Brein. Boven het derde: Mens.





Wat begon als een artistieke opdracht kreeg daarmee onverwacht ook een wetenschappelijke betekenis. De vorm van het drieluik hielp mij zichtbaar te maken wat ik in meer dan vijfentwintig jaar tinnituszorg steeds sterker was gaan voelen.


Hoe kan het dat twee mensen met min of meer vergelijkbare auditieve bevindingen hun tinnitus zo totaal verschillend kunnen ervaren? Waarom kan een geluid voor de één nauwelijks betekenis hebben, terwijl het voor een ander vrijwel het hele leven gaat beheersen?


Alleen naar het oor kijken geeft daarop geen voldoende antwoord. Maar alleen naar het brein kijken evenmin. En ook wanneer we uitsluitend naar psychologische of sociale factoren kijken, missen we een deel van het verhaal.


Tijdens de voorbereiding voor TRI Berlin 2026 ontwikkelden die drie perspectieven zich verder tot Physics, Brain en Human Experience.


En ineens had het drieluik ook een naam:


The Hearing Triptych.



Conceptschets voor TRI Berlin 2026 met Physics, Brain en Human Experience.
De verdere ontwikkeling van het model voor TRI Berlin 2026: Physics, Brain en Human Experience.


Het eerste paneel gaat over de fysieke en auditieve werkelijkheid. Over gehoorverlies, auditieve drempels, frequentie, intensiteit, luidheid en de eigenschappen van geluid. Hier bevinden zich de audiometrie, KNO-diagnostiek, hoortoestellen en andere medische, audiologische en akoestische interventies. Dit is het domein waarin wij veel kunnen meten en waarin de gezondheidszorg traditioneel bijzonder sterk is.


Het tweede paneel gaat over het brein. Want wat onze oren registreren, verschijnt niet als een kant-en-klare werkelijkheid in ons bewustzijn. Ons zenuwstelsel selecteert, vergelijkt, voorspelt en interpreteert. Aandacht speelt een rol, net als verwachting, betekenis, leren, geheugen, dreigingsdetectie en salience: de mate waarin iets voor ons systeem belangrijk wordt. Juist bij tinnitus en geluidsovergevoeligheid kunnen dergelijke processen mede bepalen hoeveel aandacht een auditieve sensatie krijgt en hoeveel spanning of lijdensdruk ermee verbonden raakt.


Daar vinden ook interventies zoals cognitieve gedragstherapie, exposure en ACT hun plaats. Niet omdat tinnitus daarmee gereduceerd zou kunnen worden tot iets dat ‘tussen de oren zit’, maar omdat horen nooit alleen een mechanische overdracht van geluid is. Waarnemen betekent altijd ook interpreteren.


En dan is er het derde paneel: Human Experience.


Misschien is dat wel het paneel dat in medische modellen het gemakkelijkst als iets zachts of bijkomstigs wordt beschouwd. Familie, relaties, werk, slaap, gezondheid, sociale omstandigheden, cultuur, verlies, identiteit, verwachtingen en waarden. Alles wat deel uitmaakt van het leven waarin een klacht wordt ervaren.


Tinnitus vindt immers niet plaats in een laboratorium. Het vindt plaats wanneer iemand ’s nachts wakker ligt. Tijdens een vergadering waarin concentreren steeds moeilijker wordt. In een huwelijk. Na verlies van werk. Tijdens ziekte. Midden in zorgen om een partner of ouder. Op een moment waarop iemand zich veilig en gedragen voelt, of juist wanneer vrijwel alle andere bronnen van zekerheid zijn weggevallen.


Dat betekent niet dat zulke omstandigheden tinnitus simpelweg veroorzaken. Het betekent wel dat de betekenis en de impact van een auditieve sensatie nooit volledig losstaan van de mens en het leven waarin die sensatie voorkomt.


Dat is de kern van The Hearing Triptych. Niet drie concurrerende verklaringen, maar drie perspectieven die voortdurend op elkaar inwerken. In wetenschap en zorg delen wij ze vaak op, omdat specialisatie ons helpt om beter te kunnen onderzoeken en behandelen. De patiënt zelf leeft die scheiding niet.


Een zin die ik daarvoor steeds vaker gebruik is:


We separate these models. Our patients don’t.


Het is belangrijk daarbij ook wetenschappelijk zorgvuldig te blijven. The Hearing Triptych is geen nieuw biologisch of causaal model van tinnitus en het pretendeert dat ook niet te zijn. Het is een conceptueel integratiekader. Het brengt kennis uit audiologie, neurowetenschap, psychologie en persoonsgerichte gezondheidszorg naast elkaar en probeert vooral zichtbaar te maken wat verloren kan gaan wanneer één perspectief het hele verhaal probeert te worden.



Wetenschappelijk schema van The Hearing Triptych met Physics, Brain en Human Experience bij tinnitus en geluidsovergevoeligheid.
The Hearing Triptych als conceptueel integratiekader voor tinnitus en geluidsovergevoeligheid: van meetbare auditieve factoren via verwerking in het brein naar de geleefde menselijke ervaring.


En precies daar kwamen de twee lijnen definitief samen.


Het drieluik waaraan ik als kunstenaar werkte, werd DS26001: drie akoestisch absorberende doeken van ieder negentig centimeter breed en twee meter hoog. Samen vormen ze één beeld van 200 bij 270 centimeter.


Terwijl het kunstwerk ontstond, kreeg tegelijkertijd ook The Hearing Triptych als concept steeds meer vorm. Kunst hielp mij iets te zien wat ik wetenschappelijk probeerde te verwoorden; de wetenschap gaf op haar beurt een nieuwe betekenis aan wat er op het doek gebeurde.


De drie delen staan los van elkaar. Er bevindt zich letterlijk ruimte tussen de panelen. Toch kun je ze nauwelijks afzonderlijk bekijken. Kleuren en bewegingen lijken van het ene doek naar het andere door te lopen. Wat in het eerste paneel gebeurt, beïnvloedt hoe het tweede wordt ervaren, en uiteindelijk wordt pas in het geheel duidelijk wat je ziet.


Door delen van het werk loopt goud. Niet als keurige, perfecte lijn, maar langs oneffenheden, lagen en breuken. Daar zit voor mij iets van kintsugi in: niet doen alsof beschadiging of verandering nooit heeft plaatsgevonden, maar haar onderdeel laten worden van het geheel.


Het materiaal voegt daar nog iets aan toe. Het werk is geschilderd op akoestisch absorberend canvas. Het beïnvloedt daardoor niet alleen wat een ruimte laat zien, maar ook hoe die ruimte klinkt. Voor mij komen daar mijn werelden letterlijk samen: kunst en audiologie, waarnemen en ervaren, Where Art meets Science.




Het merkwaardige is dat het drieluik tijdens het maken vooral bedoeld was om iets over mijn patiënten en mijn vakgebied te vertellen. Pas later merkte ik dat ik er zelf middenin terecht was gekomen.


Vooral in dat derde paneel.


Mijn moeder leeft. Ze is er nog. En tegelijkertijd ben ik haar langzaam aan het verliezen.


Dementie.


Ze herkent mij steeds minder vanzelfsprekend als haar zoon. Soms ben ik gewoon een meneer die bij haar komt zitten. Toch gebeurt er nog iets wanneer ze naar me kijkt. Ze glimlacht. Soms pakt ze mijn gezicht tussen haar handen, beweegt mijn hoofd een beetje heen en weer en zegt: “Mooi.” Wanneer we ergens zitten schuift ze soms mijn haren opzij, omdat ze dat blijkbaar mooier vindt.


Ze weet misschien niet meer precies wie ik ben, maar er is nog steeds contact. Alleen niet meer via namen, herinneringen of familierelaties. Het zit in ogen, aanraking en een glimlach.


Liefde zonder uitleg.


Nu ik ziek thuis ben, is er onverwacht ook iets anders ontstaan: tijd. Tijd om soms mee te gaan in het vaste ritueel van mijn ouders. Mijn vader wordt tachtig, mijn moeder is tweeëntachtig, en zolang het nog kan gaan ze samen naar Aken.


We parkeren in hun vaste Parkhaus en lopen door de stad richting de Dom. Bij Nobis drinken ze koffie en eten ze een broodje ei. Het stelt nauwelijks iets voor en juist daarom begint het voor mij steeds meer betekenis te krijgen. We lopen hand in hand.


Op weg van het Parkhaus naar de stad komen mijn ouders regelmatig dezelfde jonge man tegen. Hij zit bij een kerk op de stoep met een bekertje voor zich. Mijn ouders kennen hem inmiddels en hij kent hen. Ze nemen broodjes voor hem mee en geven hem af en toe wat geld. Laatst zag ik mijn vader twintig euro in zijn hand drukken.


Maar het was niet dat geld wat mij het meest raakte.


De jonge man keek mijn ouders aan en vroeg: “Wie geht es Ihren Kindern?”


Mijn ouders wezen naar mij.


“Das ist der Älteste.”


En ineens stond ik daar gewoon als hun oudste zoon. Niet als klinisch fysicus, ACT-trainer of kunstenaar. Niet als iemand die iets moest organiseren of oplossen. Hun zoon, midden in een klein gesprek tussen mensen die elkaar in de loop van de tijd blijkbaar werkelijk zijn gaan zien.


Ik ken het verhaal van die jonge man niet. Ik weet niet waarom hij daar zit en wat er in zijn leven is gebeurd. Wat mij vooral treft, is de vanzelfsprekendheid waarmee mijn ouders hem benaderen. Ze vragen niet eerst waar hij vandaan komt, wat hij gelooft, of hij het wel verdient of tot welke groep hij behoort.


Daar zit een mens.


Dus zien zij een mens.


Misschien begrijp ik daardoor ook beter waarom polarisatie en uitsluiting mij zo kunnen raken. Ik ben blijkbaar opgegroeid met iets eenvoudigs: probeer eerst de mens te zien. Niet eerst de groep, het etiket of de categorie.


En ineens besef ik dat ook dát deel uitmaakt van het derde paneel.


In de gezondheidszorg gebruiken we woorden als context, participatie, kwaliteit van leven en person-centered care. Het klinkt allemaal professioneel en soms bijna abstract. Maar Human Experience kan ook gewoon dit zijn: een man op een stoep, een broodje, twintig euro, een vraag naar iemands kinderen. Een moeder die niet meer weet dat jij haar zoon bent, maar die nog steeds iets in jouw gezicht herkent waardoor ze glimlacht.


We kunnen hersenactiviteit onderzoeken, auditieve drempels meten en cognitieve processen modelleren. Dat moeten we ook blijven doen. Maar uiteindelijk wordt een klacht niet door een audiogram ervaren en lijdt een brein niet los van de persoon waarin dat brein zich bevindt.


Lijden wordt geleefd door een mens.


En diezelfde mens kan tegelijkertijd liefhebben, hopen, verbinden, rouwen, kiezen en betekenis ervaren.


Daarmee kom ik ook terug bij ACT en bij een metafoor die ik vaak gebruik: het glas.


Ik vertel mensen regelmatig dat het misschien niet nodig is om alle pijn uit het glas van het leven te krijgen. Verdriet, angst, onzekerheid en verlies horen soms bij een leven dat ons dierbaar is. Wanneer we al onze energie besteden aan het verwijderen daarvan, wordt ons leven uiteindelijk steeds kleiner. Misschien moeten we daarom niet altijd proberen het glas leeg te maken, maar leren het groter te maken.


Dat geloof ik nog steeds.


Alleen begrijp ik nu beter dat er een tweede kant aan die metafoor zit.


Een groter glas betekent niet dat we er onbeperkt verantwoordelijkheden, zorgen, verwachtingen en verplichtingen bij moeten blijven schenken. Psychologische flexibiliteit betekent niet dat een mens eindeloos flexibel moet worden zodat hij steeds meer belasting kan verdragen.


Sommige pijn kan ik niet veranderen. Ik kan de dementie van mijn moeder niet oplossen. Mijn ouders kan ik niet jonger maken. Onzekerheid kan ik niet uit mijn leven verwijderen. Daar mag het glas groter worden.


Maar andere dingen kunnen misschien wél veranderen. Verantwoordelijkheden kunnen anders verdeeld worden. Grenzen mogen duidelijker worden. Verwachtingen kunnen worden bijgesteld. Sommige verplichtingen mogen verdwijnen. Iets wat twintig jaar goed werkte, hoeft niet per definitie nog steeds te passen bij het leven van vandaag.


Misschien is soms niet méér draagkracht nodig.


Misschien is minder belasting nodig.


Ook dat is psychologische flexibiliteit. Niet alleen ruimte maken voor wat we niet kunnen veranderen, maar bereid zijn te bewegen waar verandering wél mogelijk is. Niet vanuit vermijding, maar vanuit de vraag of de manier waarop we leven nog past bij wat werkelijk belangrijk is.


Ik kende die gedachte al.


Alleen is kennen iets anders dan ervaren.


En zo blijkt The Hearing Triptych voor mij ineens niet alleen een manier te zijn om tinnitus te begrijpen. Het begint bijna een spiegel te worden.


Mijn lichaam reageert. Mijn brein probeert voortdurend te voorspellen, beschermen en oplossingen te vinden. En daaromheen bevindt zich een menselijk leven waarin mijn ouders ouder worden, mijn moeder langzaam verandert, mijn relatie aandacht verdient, werk betekenisvol is maar ook grenzen vraagt, kunst mij voedt en mijn verstand ondertussen het liefst vandaag al precies wil weten hoe mijn leven er morgen uit moet zien.


Physics.


Brain.


Human Experience.


Geen enkel paneel vertelt het hele verhaal.


Dat geldt voor de mensen die mijn spreekkamer binnenkomen.


En blijkbaar geldt het ook voor mij.


Misschien is dat wel de belangrijkste les die ik op dit moment uit mijn eigen drieluik haal. Een mens helpen herstellen is iets anders dan een symptoom repareren. Soms betekent herstel niet terugkeren naar precies het leven van daarvoor. Misschien begint het juist met opnieuw kijken naar wat je wilt behouden, wat minder mag worden en wat opnieuw ruimte moet krijgen.


Ik weet nog niet precies waar dat voor mij uitkomt. Dat is ongemakkelijk voor iemand die het antwoord het liefst gisteren al gevonden had.


Misschien hoeft dat antwoord er ook nog niet te zijn.


Een boom wordt niet sterker doordat je aan zijn takken trekt. Hij heeft water nodig, licht, rust en ruimte. Onder de grond zoeken zijn wortels ondertussen langzaam een nieuwe weg, grotendeels onzichtbaar voor de buitenwereld.


Misschien is dat voorlopig genoeg.


Niet harder, niet groter en niet méér.


Eerst opnieuw wortelen.


En van daaruit zien welke kant het leven opnieuw wil groeien.


Only the light can silence the darkness.


Misschien betekent die zin voor mij nu iets anders dan toen ik hem ooit opschreef. Niet dat ik overal om mij heen de duisternis moet proberen te verdrijven.


Misschien moet ik dat licht af en toe ook gewoon op mezelf laten vallen.






 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page