top of page

Wat een vruchtbare dag was dit - Bijna ieder mens draagt een wereld

  • Foto van schrijver: Art of Hearing | Dyon Scheijen
    Art of Hearing | Dyon Scheijen
  • 3 dagen geleden
  • 5 minuten om te lezen





Soms loop ik aan het einde van een werkdag naar buiten en voel ik dat ik niet alleen mensen heb gezien, maar complete levens.


Levens vol verlies.


Vol liefde.


Vol vermoeidheid.


Vol vechten.


Vol proberen.


En gisteren was zo’n dag.

Een echtpaar kwam op mijn spreekuur.


Hij 84 jaar. Nog opvallend fit. Warm. Aanwezig. Maar ook een man die langzaam geconfronteerd wordt met iets wat niemand volledig begrijpt totdat het dichtbij komt: beginnende dementie.

Je ziet het in kleine momenten.


In de twijfel.


In het zoeken naar woorden.


In de blik van de partner die nét iets sneller antwoordt.

Niet uit ongeduld, maar uit liefde. Uit bescherming.


Zijn vrouw had ernstig gehoorverlies en tinnitus. Maar niet zomaar tinnitus zoals mensen dat vaak voorstellen als “een piep”. Zij hoorde muziek. Stemmen. Geluiden. Soms mooi, soms akelig. Een wereld die zich ergens tussen stilte en waarneming afspeelde.


Eerder was gedacht aan het syndroom van Charles Bonnet. Een fenomeen waarbij mensen bij verlies van zintuiglijke input beelden of geluiden kunnen ervaren. Het brein dat als het ware zelf signalen gaat maken wanneer er te weinig binnenkomt.


Wetenschappelijk gezien klopt daar iets van.

Maar terwijl ik tegenover haar zat voelde ik ook iets anders.


Soms reduceren we mensen te snel tot een diagnose. Tot een verklaring. Tot een model.

Terwijl ik tegenover mij geen “syndroom” zag.

Ik zag een vrouw die al heel lang aan het dragen was.

Zorgen om haar kleindochter die ernstig ziek is.


Zorgen om haar man bij wie langzaam iets begint weg te glijden.


Een leven van hard werken achter zich.


Eindelijk rust willen vinden… en dan juist overspoeld worden door geluiden, onrust en vermoeidheid.

Alsof het brein nooit meer volledig stil durft te vallen.


We vergeten als mens soms hoe nauw horen, voelen, herinneren en overleven met elkaar verweven zijn.

Horen is zoveel meer dan enkel de oren.


Later die dag sprak ik een collega. Een van die mensen die licht brengen zonder dat ze zelf altijd beseffen hoeveel dat betekent voor anderen.

Altijd vriendelijk.


Altijd positief.


Altijd aanwezig voor een ander.

Maar ook iemand die zelf veel te dragen heeft. Angst voor later. Terwijl later soms al begonnen is.

En ineens kwamen de tranen.

Niet groots.


Niet dramatisch.

Eerder alsof een mens heel even stopte met sterk zijn.

Dat raakte me diep.

Hoeveel mensen lopen er rond die geleerd hebben om vooral door te gaan?


Hun tranen snel weg te slikken?


Zich bijna te verontschuldigen voor hun kwetsbaarheid?

Alsof voelen iets is wat je moet oplossen.

Maar verdriet wil meestal niet opgelost worden.


Verdriet wil gezien worden.


En toen was er nog mijn tante Tiny.

Vandaag moet zij haar ouderlijk huis verlaten.


Niet zomaar een huis. Haar wereld.

De plek waar herinneringen wonen. Waar vroeger nog tastbaar voelt. Waar de aanwezigheid van mensen soms nog in de muren lijkt te hangen.

Ze is alleen. Haar man overleed enkele jaren geleden. Geen kinderen. Langzaam ook tekenen van dementie.

En dan zegt iemand:

“Ik hoop dat ik niet lang meer te leven heb.”

Dat zijn woorden die binnenkomen.

Niet omdat iemand dood wil.


Maar omdat iemand voelt dat alles wat betekenis gaf langzaam begint te verdwijnen.

Daar gaat menselijk lijden vaak over.

Niet alleen over pijn.


Niet alleen over ziekte.

Maar over het gevoel:

raak ik langzaam alles kwijt wat mij met het leven verbindt?

En toch gebeurde er gisteren ook iets anders.

Na afloop hoorde ik die man van 84 in de wachtkamer tegen anderen zeggen:

“Wat een vruchtbare dag was dit, echt waar.”


Dat ontroerde me.

Want objectief gezien was er weinig opgelost.


De dementie was niet weg.


Het gehoorverlies niet.


De tinnitus niet.


De zorgen om de familie niet.

En toch voelde het voor hem als een vruchtbare dag.

Waarom?

Omdat hij en zijn vrouw zich gezien voelden.


Werkelijk gezien.

Niet als dossier.


Niet als klacht.


Niet als diagnose.

Maar als mens.


Precies daar ligt ook een sleutel.

Niet in het voortdurend bestrijden van alles wat pijn doet. Want sommige dingen in het leven laten zich niet volledig oplossen.


ACT - Acceptance and Commitment Therapy - heeft mij daarom altijd geraakt. Niet omdat het mensen leert “zich erbij neer te leggen”, zoals vaak gedacht wordt. Maar omdat het mensen helpt stoppen met vechten tegen alles wat ze voelen.

Want soms maakt juist die voortdurende strijd het lijden nog groter.


De strijd tegen tinnitus.


De strijd tegen ouder worden.


De strijd tegen verlies.


De strijd tegen angst.


De strijd tegen verdriet.


Terwijl de diepste menselijke behoefte vaak veel eenvoudiger is:

Zie mij.

Hoor mij.


Laat mij even niet alleen dragen.


En misschien raakte gisteren mij ook zo diep omdat ik mezelf ergens in al die verhalen tegenkwam.

In de angst voor verlies.


In het gevoel langzaam dingen kwijt te raken die je lief zijn.


Mensen. Tijd. Verbinding. Zekerheid.

Want ook mijn eigen leven voelt soms alsof het langzaam afbrokkelt.

De tijd tikt door.

Mijn tante die langzaam herinneringen begint kwijt te raken.


Mijn moeder nu ook geconfronteerd met dementie.

En de pijn zit niet alleen in de diagnose zelf.

De pijn zit in het stille, trage verlies van wat ooit vanzelfsprekend was.

Gesprekken die veranderen.


Blikken waarin verwarring verschijnt.


Herinneringen die langzaam vervagen.


De omkering van rollen.


Het besef dat de mensen die ooit jouw fundament waren nu zelf kwetsbaar worden.

En ergens voel je dan ook je eigen sterfelijkheid dichterbij komen.

Niet groots of dramatisch.

Maar zacht.


Bijna fluisterend.

Alsof het leven voorzichtig zegt:

niets blijft zoals het was.

De tranen die ik gisteren zag waren daarom niet alleen van hen.

Ze waren ook een beetje van mezelf.

Omdat ik steeds vaker zie hoeveel mensen in stilte dragen.


Hoeveel mensen doorgaan terwijl ze eigenlijk moe zijn.


Hoeveel mensen verlangen naar iemand die niet meteen probeert te repareren, maar eerst gewoon blijft zitten.

En eerlijk… soms merk ik dat ik zelf ook moe word van altijd sterk proberen te zijn.


Van doorgaan.


Van bouwen.


Van zorgen.


Van betekenis proberen te geven aan alles.


Misschien laten deze verhalen mij daarom niet los.

Omdat ze mij eraan herinneren dat we uiteindelijk allemaal hetzelfde verlangen hebben:


Niet perfectie.


Niet succes.


Niet controle.


Maar verbinding.

Iemand die echt luistert.


Iemand bij wie je even mag breken.


Iemand die niet wegkijkt wanneer het leven pijn doet.

Tranen zijn daarom niet het tegenovergestelde van kracht.

Ze zijn het bewijs dat we nog voelen.


Dat we nog liefhebben.


Dat we nog mens zijn.


En steeds meer besef ik dat bijna ieder mens iets draagt wat voor de buitenwereld grotendeels onzichtbaar blijft.


Veel meer dan “elk huisje heeft zijn kruisje”.

Nee.


Bijna ieder mens draagt een wereld.


En soms is het meest helende wat we elkaar kunnen geven niet direct een oplossing, maar aanwezigheid.


Een luisterend oor.


Een hand.


Een gesprek waarin iemand eindelijk weer even mens mag zijn.


Dat was wat die man bedoelde.

“Wat een vruchtbare dag was dit.”


Later die avond dacht ik terug aan de honderden kaarsjes in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht.

Kwetsbare kleine vlammen in een grote donkere ruimte.

Eén lichtje lijkt bijna niets.


Maar samen veranderen ze de hele ruimte.


Misschien is dat uiteindelijk ook wat mensen voor elkaar kunnen zijn.


Only the light can silence the darkness.



————



Uit respect voor privacy zijn details en situaties in dit essay aangepast of samengevoegd. Wat blijft is de menselijke essentie van de ontmoetingen.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page