Er is geen onderaan
- Art of Hearing | Dyon Scheijen

- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen

Vandaag zat ze tegenover me.
Niet als diagnose.
Niet als dossier.
Maar als mens.
Een jonge vrouw.
Moeder van vier kinderen.
Iemand die al jaren probeert alles bij elkaar te houden.
Haar lichaam vertelde een verhaal dat niemand volledig leek te horen.
Gehoorverlies. Tinnitus.
Pijn die door haar lichaam trekt.
Vermoeidheid die niet verdwijnt met rust.
Maar wat mij het meest raakte…
was niet haar klacht.
Het was de stilte eromheen.
We zijn gewend om te kijken naar onderdelen.
Het oor.
De spier.
De darm.
We meten, analyseren, benoemen.
Maar soms gebeurt er iets anders.
Dan ontstaat er geen probleem in één systeem,
maar in het geheel.
Een leven dat te lang te veel heeft gedragen.
Een lichaam dat zich niet meer laat negeren.
Niet omdat het zwak is.
Maar omdat het eerlijk is.
Het lichaam liegt niet.
Het spreekt waar de omgeving stil blijft.
Ze werkte in een omgeving waar weinig ruimte was.
Fysiek werk.
Weinig begrip.
Weinig flexibiliteit.
En tegelijkertijd:
Een gezin.
Verantwoordelijkheid.
Verwachtingen.
Niet uitgesproken, maar voelbaar.
Sommige levens vragen geen kleine aanpassing.
Ze vragen voortdurende aanwezigheid.
Voortdurende inzet.
Voortdurende kracht.
En juist daar zie je het gebeuren.
Niet bij degenen die ruimte hebben om te herstellen,
maar bij degenen die moeten blijven doorgaan.
Tot het niet meer gaat.
Na een jaar ziekte wordt er gesproken over stappen.
Trajecten.
Spoor één.
Spoor twee.
Woorden die logisch zijn binnen een systeem.
Maar soms vraag ik me af…
Wanneer zijn we begonnen met denken
dat herstel zich laat organiseren
zoals werk zich laat organiseren?
Wanneer zijn we vergeten
dat achter elke stap
een mens zit
die die stap moet dragen?
We spreken vaak over “onderaan de ladder”.
Alsof er een volgorde is in waarde.
Alsof sommige levens minder tellen
omdat ze minder verdienen,
minder zichtbaar zijn,
minder gehoord worden.
Maar kijk eens goed.
Wie maakt de ruimtes schoon
waarin wij werken?
Wie zorgt ervoor
dat onze ziekenhuizen functioneren,
dat onze kantoren bruikbaar zijn,
dat onze wereld draaiend blijft?
Werk dat essentieel is,
maar zelden zo wordt gezien.
Maar zonder dat werk
valt alles stil.
Misschien is het probleem niet dat er een onderaan is.
Misschien is het probleem
dat wij hebben geleerd
om waarde verkeerd toe te kennen.
In The Gleaners (1857) van Jean-François Millet
zien we vrouwen gebogen over het land.
Ze verzamelen wat overblijft.
Niet op de voorgrond.
Maar net daarachter.
Een beeld van toen.
En misschien…
ook nog van nu.
We spreken nog steeds over laag en hoog.
Laag inkomen.
Hoog inkomen.
Lager onderwijs.
Hoger onderwijs.
Alsof het iets zegt over waarde.
Alsof een mens zich laat vangen
in een richting.
En soms vraag ik me af…
Wie heeft dat bedacht?
En belangrijker nog:
Wanneer zijn we het gaan geloven?
We leven in een tijd waarin alles tegelijk gevraagd wordt.
Werk vraagt inzet.
Gezin vraagt aanwezigheid.
De maatschappij vraagt prestatie.
En ergens daartussen
bevindt zich de mens.
Proberend om het goed te doen.
Proberend om niemand teleur te stellen.
Proberend om vol te houden.
Thuis probeer ik samen met mijn vrouw het leven te dragen.
We verdelen wat er te verdelen valt.
We zoeken naar balans, zoals zovelen dat doen.
En toch merk ik…
dat zelfs als je het samen doet, het soms veel kan zijn.
Niet omdat iemand tekortschiet.
Maar omdat de optelsom
soms groter is dan wat één mens kan dragen.
Wat betekent dat dan
voor iemand
die minder ruimte heeft?
In de audiologie kijken we naar geluid.
Frequenties.
Decibellen.
Metingen.
Maar wat ik dagelijks zie…
is dat horen nooit alleen over het oor gaat.
Geluid krijgt betekenis in het brein.
En die betekenis wordt gevormd
door het leven dat iemand leeft.
Stress.
Zorg.
Verantwoordelijkheid.
Onzekerheid.
Het zit allemaal in hoe iemand hoort.
In hoe iemand lijdt.
In hoe iemand probeert te blijven functioneren.
We kunnen het oor meten.
Maar als we de mens niet zien,
blijven we een deel missen.
Misschien ligt daar de kern.
Niet in betere systemen.
Niet in strengere regels.
Niet in efficiëntere trajecten.
Maar in iets eenvoudigers.
Iets moeilijkers.
Luisteren.
Echt luisteren.
Niet om te antwoorden.
Niet om op te lossen.
Maar om te begrijpen.
Om te zien wat er speelt
achter de klacht.
Om te erkennen
dat sommige verhalen
niet in één vakje passen.
Misschien moeten we stoppen
met spreken over boven en onder op de ladder.
Misschien moeten we erkennen
dat waarde niet zit in positie,
maar in mens-zijn.
Dat iedereen een leven draagt
dat van binnen complexer is
dan van buiten zichtbaar.
En dat juist degenen
die het minste ruimte hebben
vaak het meeste dragen.
Wat als we anders gaan kijken?
Niet naar wat iemand nog kan bijdragen,
maar naar wat iemand nodig heeft
om mens te kunnen blijven?
Niet naar hoe snel iemand terug kan,
maar naar wat er nodig is
om duurzaam te herstellen?
Niet naar het probleem,
maar naar het geheel?
Vandaag zat ze tegenover me.
En wat ik zag,
was geen patiënt.
Het was een mens
die te lang te veel heeft gedragen
zonder voldoende ruimte
om gehoord te worden.
En misschien…
is dat waar het begint.
Niet bij haar.
Maar bij ons.
We spreken over belastbaarheid alsof het een getal is,
maar vergeten dat het altijd een mens is die de last draagt.
Als dit resoneert, voel je vrij om het te delen.
Misschien herkennen meer mensen zich hierin dan we denken.



Helaas zo de waarheid, kille cijfers zeggen niets over de mens. Deze laat zich slecht in cijfers of dergelijke uitdrukken. Elk individu is tenslotte anders dan andere. Dank voor dit mooie stuk, mooi verwoord en nu nog met zijn allen er naar gaan leven.