Essay 3 - The Hearing Triptych toegepast op laagfrequent geluid
- Art of Hearing | Dyon Scheijen

- 7 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen

LFG Handbook
Essay 3
The Hearing Triptych toegepast op laagfrequent geluid
In de voorgaande essays is beschreven hoe onderzoek naar laagfrequent geluid vaak begint met metingen en analyse van het fysieke geluidssignaal. Tegelijkertijd blijkt in de praktijk dat metingen niet altijd volledig verklaren waarom bepaalde geluiden door mensen als hinderlijk worden ervaren.
Dit verschil tussen geluid als fysisch signaal en geluid als menselijke ervaring vormt een belangrijk uitgangspunt voor een breder perspectief op geluidsperceptie.
Om deze relatie beter te begrijpen wordt in dit handboek gebruikgemaakt van een eenvoudig conceptueel model: The Hearing Triptych (Scheijen, 2026).
Dit model beschrijft geluidsperceptie als het resultaat van de interactie tussen drie domeinen:
geluid – brein – menselijke ervaring
Deze drie dimensies vormen samen een raamwerk om te begrijpen hoe geluid wordt waargenomen en ervaren.
Geluid: het fysieke signaal
De eerste dimensie betreft het fysieke geluidssignaal.
Hier gaat het om eigenschappen zoals:
• frequentie
• intensiteit
• tijdsvariatie
• bronkarakteristieken
• ruimtelijke verspreiding
Bij laagfrequent geluid spelen specifieke fysische eigenschappen een belangrijke rol. Lage frequenties kunnen zich over grotere afstanden voortplanten, worden minder sterk gedempt door constructies en kunnen complexe resonantiepatronen in gebouwen veroorzaken.
Onderzoek naar deze eigenschappen heeft belangrijke inzichten opgeleverd in de manier waarop laagfrequent geluid zich in de omgeving kan manifesteren (Leventhall, 2004).
Deze fysische analyse vormt een essentieel onderdeel van elk onderzoek naar geluid.
Maar het verklaart niet altijd volledig waarom een geluid door sommige mensen sterk wordt ervaren terwijl anderen het nauwelijks opmerken.
Brein: de verwerking van geluid
De tweede dimensie betreft de neurofysiologische verwerking van geluid.
Geluid wordt niet alleen geregistreerd door het oor. Het auditieve systeem staat in nauwe verbinding met andere netwerken in het brein, waaronder systemen die betrokken zijn bij aandacht, emotie en betekenis.
Het neurofysiologische model van tinnitus beschrijft hoe geluidssignalen niet alleen via auditieve banen worden verwerkt, maar ook via verbindingen met het limbisch systeem en het autonome zenuwstelsel (Jastreboff, 1990).
Dit betekent dat geluid niet alleen een auditief signaal is, maar ook een signaal dat door het brein wordt geïnterpreteerd.
Aandacht en emotionele betekenis kunnen daardoor een belangrijke rol spelen in de manier waarop een geluid naar voren treedt in de waarneming.
Menselijke ervaring: betekenis en context
De derde dimensie betreft de menselijke ervaring.
Geen mens ervaart geluid los van zijn of haar context. Factoren zoals:
• aandacht
• verwachting
• stress
• slaap
• onzekerheid
• persoonlijke betekenis
kunnen allemaal invloed hebben op hoe een geluid wordt ervaren.
Onderzoek naar tinnitus heeft laten zien dat psychologische processen zoals aandacht en interpretatie een belangrijke rol kunnen spelen in de ervaren belasting van geluid (Cima et al., 2012).
Daarnaast beschrijft het vrees-vermijdingsmodel hoe aandacht, angst en vermijdingsgedrag lichamelijke of sensorische ervaringen kunnen versterken (Vlaeyen & Linton, 2000).
Dit betekent niet dat geluidservaringen uitsluitend psychologisch verklaard moeten worden. Het laat wel zien dat geluidservaring altijd plaatsvindt binnen een menselijke context.
De interactie tussen de drie dimensies
Het model van The Hearing Triptych laat zien dat geluidsperceptie ontstaat uit de interactie tussen deze drie dimensies.

Wanneer deze drie perspectieven samen worden beschouwd ontstaat een vollediger beeld van geluidsperceptie.
Een relatief zwak fysisch signaal kan in bepaalde omstandigheden een sterke ervaring veroorzaken wanneer het brein er veel aandacht aan geeft en het binnen iemands leven een grote betekenis krijgt.
Omgekeerd kan een sterker geluidssignaal soms nauwelijks worden opgemerkt wanneer het brein het als onbelangrijk classificeert.
Dit betekent dat geluidsperceptie niet kan worden begrepen vanuit één dimensie alleen.
Betekenis voor het begrijpen van laagfrequent geluid
Bij meldingen van laagfrequent geluid wordt deze interactie vaak duidelijk zichtbaar.
Technische metingen kunnen waardevolle informatie geven over mogelijke geluidssignalen en bronnen. Tegelijkertijd spelen ook de verwerking van geluid in het brein en de persoonlijke context van bewoners een rol in de manier waarop geluid wordt ervaren.
Door deze drie dimensies samen te beschouwen ontstaat een breder kader voor het begrijpen van laagfrequent geluid.
Het doel van dit model is niet om technische analyse te vervangen, maar om verschillende perspectieven met elkaar te verbinden.
Voor professionals kan dit helpen om laagfrequent geluid te benaderen als een vraagstuk waarin akoestiek, perceptie en menselijke ervaring elkaar aanvullen.
In de volgende essays wordt verder verkend hoe deze dimensies samenkomen in de praktijk van meldingen van laagfrequent geluid.
Literatuur
Leventhall, H. G. (2004). Low frequency noise and annoyance. Noise & Health.
Jastreboff, P. J. (1990). Phantom auditory perception (tinnitus): mechanisms of generation and perception. Neuroscience Research.
Cima, R. F. F., et al. (2012). Specialised treatment based on cognitive behavioural therapy versus usual care for tinnitus. The Lancet.
Vlaeyen, J. W. S., & Linton, S. J. (2000). Fear-avoidance and its consequences in chronic pain. Pain.
Scheijen, D. (2026). The Hearing Triptych: Sound, Brain and Human Experience.



Opmerkingen