LFG Handbook - Introductie
- Art of Hearing | Dyon Scheijen

- 4 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen

Introductie
Laagfrequent geluid begrijpen voorbij metingen
Laagfrequent geluid (LFG) is een onderwerp dat al decennialang vragen oproept bij bewoners, professionals en onderzoekers. In Nederland ontvangen GGD’en, omgevingsdiensten en gemeenten regelmatig meldingen van mensen die een brom, dreun of trilling ervaren in hun woning of woonomgeving. Vaak gaat het om geluiden die vooral ’s nachts of in stille ruimtes opvallen en die als bijzonder hinderlijk kunnen worden ervaren.
Voor professionals die met deze meldingen werken ontstaat vaak een complexe situatie. Bewoners ervaren duidelijke hinder, terwijl metingen niet altijd een eenduidige verklaring geven. Soms worden lage frequenties gemeten die passen bij de ervaring van bewoners. In andere gevallen blijven meetresultaten beperkt of blijkt het moeilijk om een duidelijke bron aan te wijzen.
Dit verschil tussen meting en ervaring vormt een van de centrale uitdagingen in het veld van laagfrequent geluid.
De studie naar laagfrequent geluid heeft in de afgelopen decennia belangrijke inzichten opgeleverd. Internationaal wordt vaak verwezen naar het werk van Leventhall, die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de fysische eigenschappen van lage frequenties en hun mogelijke relatie met hinderervaringen (Leventhall, 2004). Zijn werk benadrukt onder andere dat lage frequenties zich anders gedragen dan hogere frequenties en daardoor in gebouwen en woonomgevingen een eigen dynamiek kunnen ontwikkelen.
Ook in Nederland is belangrijke kennis opgebouwd. Rapporten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hebben inzicht gegeven in meetmethoden, mogelijke bronnen van laagfrequent geluid en de manier waarop hinder kan worden onderzocht (RIVM, diverse rapporten). Daarnaast hebben onderzoekers en adviseurs zoals Jan van Muijlwijk, Piet Sloven en Carel Ostendorf met hun werk bijgedragen aan het begrijpen van meldingen van laagfrequent geluid en de praktische uitdagingen die daarbij optreden. Met name praktijkstudies waarin brononderzoek en meetstrategieën worden beschreven laten zien dat het identificeren van laagfrequent geluid vaak complex is en niet altijd tot een eenduidige conclusie leidt (Ostendorf, 2009).
Uit deze literatuur komt een terugkerend beeld naar voren: laagfrequent geluid is niet alleen een technisch vraagstuk van akoestiek en metingen, maar ook een vraagstuk van waarneming en menselijke ervaring.
In de praktijk betekent dit dat twee mensen hetzelfde geluidssignaal kunnen ontvangen en toch een totaal verschillende ervaring hebben.
Om deze complexiteit beter te begrijpen wordt in dit handboek een breder perspectief voorgesteld. Een perspectief waarin naast de fysische eigenschappen van geluid ook aandacht wordt besteed aan de rol van het brein en aan de menselijke ervaring waarin geluid betekenis krijgt.
Als conceptueel kader wordt daarbij gebruikgemaakt van The Hearing Triptych (Scheijen, 2026). Dit model beschrijft geluidsperceptie als het resultaat van de interactie tussen drie domeinen:
geluid – brein – menselijke ervaring.
Dit perspectief sluit aan bij inzichten uit verschillende onderzoeksvelden. In de audiologie heeft het neurofysiologische model van Jastreboff laten zien dat geluidsperceptie niet uitsluitend wordt bepaald door het auditieve systeem, maar ook door de interactie met emotionele en aandachtssystemen in het brein (Jastreboff, 1990). Dit model heeft een belangrijke rol gespeeld in het begrijpen van tinnitus en andere vormen van geluidsperceptie.
Later onderzoek heeft deze inzichten verder ontwikkeld binnen cognitief-gedragsmatige benaderingen van tinnitus. In het bijzonder heeft het werk van Cima en collega’s laten zien dat psychologische processen zoals aandacht, interpretatie en coping een belangrijke rol kunnen spelen in de ervaren belasting van geluidservaringen (Cima et al., 2012).
Ook in de bredere psychologie is bekend dat de manier waarop mensen lichamelijke signalen interpreteren invloed heeft op hun ervaring daarvan. Het vrees-vermijdingsmodel, ontwikkeld door Vlaeyen en collega’s, beschrijft hoe aandacht, angst en vermijdingsgedrag kunnen bijdragen aan het versterken van lichamelijke of sensorische ervaringen (Vlaeyen & Linton, 2000).
Wanneer deze inzichten worden gecombineerd ontstaat een breder begrip van geluidsperceptie. Niet als een puur fysisch verschijnsel, maar als een proces waarin geluid, brein en menselijke ervaring elkaar voortdurend beïnvloeden.
Wat in deze inzichten zichtbaar wordt, is dat laagfrequent geluid zich niet laat vangen binnen één perspectief.
Metingen geven informatie over het fysieke signaal, maar verklaren niet automatisch de ervaren hinder. Tegelijkertijd doet een uitsluitend psychologische benadering geen recht aan de fysieke realiteit van het geluid zelf.
Juist in het spanningsveld tussen wat meetbaar is en wat ervaren wordt, ligt de kern van het vraagstuk.
Om dat spanningsveld te begrijpen, is een integrale benadering nodig waarin geluid, verwerking in het brein en menselijke ervaring in samenhang worden beschouwd.
Dit handboek wil bijdragen aan dat bredere perspectief.
Het is geschreven voor professionals die in hun werk met laagfrequent geluid te maken hebben, waaronder:
• audiologen
• klinisch fysici
• GGD-artsen
• akoestisch adviseurs
• omgevingsdiensten
• beleidsmakers
• onderzoekers
Het doel is niet om bestaande kennis te vervangen, maar om verschillende perspectieven met elkaar te verbinden.
Want wie met laagfrequent geluid werkt merkt al snel dat geen enkele discipline het volledige verhaal alleen kan verklaren.
Juist daarom vraagt het begrijpen van laagfrequent geluid om samenwerking tussen disciplines waarin technische analyse, kennis van het gehoor en inzicht in menselijke ervaring elkaar aanvullen.
Literatuur (kernbronnen)
Leventhall, H. G. (2004). Low frequency noise and annoyance. Noise & Health.
RIVM. Rapporten over laagfrequent geluid en hinder.
Van Muijlwijk, J. Publicaties over laagfrequent geluid.
Sloven, P. Rapportages en analyses rond laagfrequent geluid.
Ostendorf, C. (2009). How to find the source of low frequency noise: three case studies. Journal of Low Frequency Noise, Vibration and Active Control.
Jastreboff, P. J. (1990). Phantom auditory perception (tinnitus): mechanisms of generation and perception. Neuroscience Research.
Cima, R. F. F., et al. (2012). Specialised treatment based on cognitive behavioural therapy versus usual care for tinnitus. The Lancet.
Vlaeyen, J. W. S., & Linton, S. J. (2000). Fear-avoidance and its consequences in chronic pain. Pain.
Scheijen, D. (2026). The Hearing Triptych: Sound, Brain and Human Experience.
Art of Hearing. Available at:


Opmerkingen